Naar inhoud
Export nieuws

Oorsprongsdocumenten: het verschil tussen preferentieel en niet-preferentieel uitgelegd

Wanneer u zaken doet met landen buiten de Europese Unie zult u vaak te maken krijgen met Certificaten van Oorsprong en EUR.1 certificaten (of de factuurverklaring via de regeling Toegelaten Exporteur). Beide certificaten worden vaak in één adem genoemd, maar verschillen wezenlijk van elkaar.

Niet alleen zijn de certificaten onder verschillende omstandigheden noodzakelijk maar er ligt ook andere wetgeving aan ten grondslag. Bovendien verschilt het bewijsmateriaal dat nodig is voor afgifte van beide documenten.

Certificaat van Oorsprong

Oorsprongsdocumenten zijn onder te verdelen in niet-preferentiële- en preferentiële certificaten. Onder de niet-preferentiële certificaten valt het Certificaat van Oorsprong. Dit veelal verplichte certificaat wordt gevraagd vanwege politieke redenen (boycot, waardoor producten worden geweigerd), handelspolitieke redenen (hoeveelheidscontingent) en als vereiste in een Letter of Credit. Het Certificaat van Oorsprong vindt haar wettelijke basis in het Douanewetboek van de Unie (DWU). De belangrijkste uitgangspunten voor het bepalen van de oorsprong van uw goederen zijn het geheel en al verkregen van uw product of de laatste ingrijpende be- of verwerking aan uw product.

De Certificaten van Oorsprong worden afgegeven door de Kamer van Koophandel (KvK). De KvK controleert de oorsprong aan de hand van het overlegde bewijsmateriaal. Dit bewijsmateriaal zou het volgende kunnen zijn:

  • Indien u producent bent, een overzicht van uw productieproces.
  • Indien u handelaar bent en goederen koopt met de oorsprong Europese Unie, dan kan een leveranciersverklaring voor goederen van niet-preferentiële oorsprong als bewijs van oorsprong dienen.
  • Indien u handelaar bent en goederen inkoopt bij een leverancier buiten de Europese Unie, dan zou een Certificaat van Oorsprong uit het betreffende land als bewijs dienen.

EUR.1

Het EUR.1-certificaat is een preferentieel certificaat dat ervoor kan zorgen dat uw klant een verlaging of kwijtschelding van douanerechten ontvangt. De hoogte van het douanerecht (invoerrecht) kan voor ieder land en ieder product verschillend zijn. Ook hier is de KvK wederom de instantie die de oorsprong controleert aan de hand van de door uw geleverde bewijs stukken. Indien u handelaar bent kunt u de oorsprong aantonen door middel van een leveranciersverklaring van preferentiële oorsprong 2015/2447. Dit was tot 1 mei 2016 de leveranciersverklaring 1207/2001. Bent u producent, dan moet u voldoen aan de oorsprongseisen die vastgelegd zijn in de overeenkomst met het land van bestemming. Deze eisen kunnen per land en per product verschillen waardoor een eenduidig antwoord niet mogelijk is. Het is raadzaam u goed te laten informeren inzake deze vereisten.

Samengevat

Zowel het Certificaat van Oorsprong alsmede het EUR.1 certificaat komt veelvuldig voor bij internationale transacties. Beide certificaten geven de oorsprong van het product aan waarbij moet worden opgemerkt dat de oorsprongscriteria sterk kunnen verschillen. Naast het vaak verplichte karakter van het Certificaat van Oorsprong biedt het EUR.1 certificaat betere kansen op de internationale handelsmarkt vanwege de lagere douanerechten die u voor uw klant kunt bewerkstelligen.

Bron: Globe Magazine



Exportdocumenten Specialist
+31(0)314-354865
[javascript protected email address]

Cookie-instellingen

Exportdocumenten.com maakt gebruik van cookies voor een optimale gebruikerservaring.

Graag vragen wij uw toestemming voor het plaatsen van deze cookies.

Meer informatie.

Accepteren Weigeren